Chiny in de Middeleeuwen

Midden 12de eeuw is Chiny blijkbaar niet langer de hoofdverblijfplaats van de graven. Uit de hoeveelheid aan geschriften uit Ivois (nu Carignan (F)) blijkt dat deze stad aan de Chiers de effectieve hoofdstad is geworden. Na de bouw van een nieuwe vesting neemt de stad Montmédy rond 1230 de rol over.
Chiny wordt herleid tot een klein administratief, militair en economisch centrum.
De geschriften over het Middeleeuwse Chiny zijn bijzonder schaars. Eén document verdient onze aandacht: het charter met de stadsrechten uit 1301. Het zijn de meest liberale stadsrechten die ooit werden toegekend in het graafschap. De burgers van Chiny genoten al zeer vroeg van bijzondere privileges door de aanwezigheid van het grafelijke hof, waar ze in dienst waren als personeel, leveranciers, soldeniers, enz. Ondanks de afgelegen ligging en het feit dat Chiny als hoofdstad verlaten was, bleef de stad meer dan een jachtgebied. Ze behield tot het einde van het Ancien Regime een uitzonderlijk statuut, voornamelijk te danken aan zijn historische achtergrond.

Naar Arlette LARET-KAYSER, Chiny, mille ans d’histoire, 2000, p.117-126.

Het kasteel van Herbeumont

De ruïne van het kasteel van Herbeumont behoort tot de top van het historisch patrimonium van Wallonië. Het kasteel is gebouwd op een leisteenheuvel en kijkt uit op Herbeumont en de “Tombeau du Chevalier”, een ingesloten meander van de Semois. Na herwaarderingswerken in 2010 geeft dit kasteel de bezoeker een beter idee over een vesting in de 13de eeuw.
Met de bouw werd begonnen in 1268 door Jehan de Rochefort, van het huis Walcourt. In de loop der eeuwen kwamen er andere families wonen: huize Orgeo (1268-1420), huize Marck-Rochefort (1420-1544), huize Stolberg (1544-1574) en huize Löwenstein (1574-1796). Het heeft de vorm van een onregelmatige vierhoek (40 x 60 m) met zes torens en ten noorden een slottoren. In de 15de eeuw werden de muren versterkt en werden twee ronde torens aan de zuidflank toegevoegd. Er werd een tweede verdedigingsmuur gebouwd naast de eerste. Op 21 augustus 1657 werd het kasteel door Franse troepen van Lodewijk XIV onder maarschalk de la Ferté door brand verwoest. Tussen 1973 en 1976 werden de ruïnes en omgeving door de Nationale Dienst voor Opgravingen zorgvuldig onderzocht (zie ook volgende foto’s).

Het kasteel van Margelle

Etalle: het kasteel “de la Margelle” (ook genoemd “Kasteel van de Heren van Etalle” of “Grosse Tour”) is gelegen waar de Romeinse heirbaan Reims-Trier de Semois overstak. Met de bouw werd aangevat in 1283. Verbouwingen volgden elkaar op, onder andere na een brand in de 17de eeuw en in 1843 werd er een boerderij toegevoegd. De laatste restauratie dateert uit 1985-1986. Het gebouw is nu een privéwoning.
Het kasteel en zijn familie “de la Margelle” (18de eeuw) zijn nauw verbonden met de graven van Bar (F), Chiny en Luxemburg. Al in de 11de eeuw lieten de graven van Chiny er een - nu verdwenen - kasteel bouwen. Bij opgravingen kon men de ligging lokaliseren aan het eind van de Rue de la Radelette.

Neufchâteau

Neufchâteau : op het kerkplein hebben opgravingen sinds 2000 resten van de vroegere burcht blootgelegd (de verdedigingsmuur, verscheidene torens, …) Na restauratiewerken door vrijwilligers wil men een idee van de ligging weergeven, en zo werd de weg geopend naar “la tour Griffon”, de enige echt overgebleven vestingtoren.
De burcht gelegen op en leisteenrots was van strategisch belang voor de graven van Chiny. Ze lieten vóór 1199 een vierkante toren bouwen om de gemeenschappelijke molen te beschermen. Volgens een manuscript uit 1199 laat Thierry de Mellier, zoon van de graaf van Chiny, graan leveren voor zijn zielenrust aan de abt van Saint-Hubert. Het graan was afkomstig van de molen bij zijn nieuw kasteel. Vanaf 1399 komt het kasteel door erfopvolging in handen van de machtige familie de la Marck. Artillerietroepen van Lodewijk XIV maken het fort in 1657 met de grond gelijk. Het wordt nooit meer heropgebouwd (zie ook andere foto).