Kaart van Guillin (1697)

Guillin, cartograaf en militair ingenieur van Lodewijk XIV (F) in het noorden en het oosten van Frankrijk, bracht de Semois tussen Aarlen en Bouillon in kaart (1697). Hierop vond men de verschillende schansen en wachtposten terug. Het graafschap Chiny en het hertogdom Luxemburg behoorden toen reeds 15 jaar aan Frankrijk toe, maar Lodewijk XIV moest ze aan de Habsburgers afstaan (verdrag van Rijswijk – september 1697). Hij talmde echter met de uitvoering, vermits de Franse archieven uit 1699 en 1701 de schansen nog altijd meldden. Het document van Guillin (kaart en commentaar) wordt bewaard in Vincennes (Document M – 1M n° 14446).

Jean-Claude DELHEZ, La vallée de la Semois in 1697, Cahier Brunehaut n° 23, 2012, p.2.

Deze kaart toont ons het kamp van Chiny, een aarden wal met houten palissade, op de splitsing van de huidige baan naar Lacuisine en de weg naar Izel. De huidige weg naar Florenville bestond nog niet omdat de oevers van de Semois moerassig waren (hotel de la Roseraie – rietvelden) De toenmalige weg naar Florenville bestaat nog steeds en geeft weinig hoogteverschillen: richting Izel, rechtsaf voor de hoeve Thirifays naar het bos van Montsaut, over de spoorwegbrug naar Florenville.

De Sint Nicolaasbrug staat niet op de kaart. De houten brug werd in 1641 door de Franse troepen van de markies de Sourdis vernield. Vijftig jaar later is deze blijkbaar nog niet heropgebouwd.

Keerzijde van een romeins muntstuk uit de 3de eeuw, gevonden door Eric Schmit (inwoner van het Quartier du fort) in een tuin bij de Chemin des Remparts.

Middeleeuwse penning: rond 2010 in een tuin hier vlakbij gevonden door Raymonde Isaac-Féty, een inwoner van het Quartier du Fort. Penningen werden als betaalmiddel gebruikt hoewel ze geen officiële munt waren. In de oudheid waren het hoornen of benen schijfjes. De eerste metalen penningen vindt men in de 13de eeuw in Frankrijk terug. Ze werden net als echte munten geslagen uit koper of messing met een beeltenis (religieuze of andere symbolen). Prinsen hadden het recht hun eigen munt te slaan, lokale penningen werden door zilversmeden of koperslagers vervaardigd.
Naar Wikipedia en de site www.sacra-moneta.com en J. Rouyer en E. Hucher, Histoire du Jeton au Moyen Age, imp. Rollin, Le Mans, p.11-35, 1858.

Fragment van een gotisch vensterwerk (omlijsting rond het venster), in de jaren 1970 door Firmin Marchal gevonden achteraan zijn huis, Rue du Vivier.

Stenen kop, in de jaren 1970 door Firmin Marchal gevonden achteraan zijn huis, Rue du Vivier. (Zie ook andere foto).

DUitzicht op het “Défilé du Paradis”: tussen de bomen kan men met moeite de Semois onderscheiden. Men herkent de oude molen – moulin Glaudot – met zijn aanvoerkanaal, en het huis van Roch Marchal (1824-1907) die, naar zijn zeggen, de laatste wolf in Chiny zou hebben gedood. (Zie ook volgende foto).

Eerste gekende illustratie van een boot te Chiny. Het betreft een rondspant roeiboot op de Semois ter hoogte van het “Défilé du Paradis”. Ets gegraveerd door prinses Maria van Vlaanderen, echtgenote van prins Filip van België (zoon van Leopold I), moeder van de toekomstige koning Albert I. Het echtpaar werd eigenaar van het kasteel Amerois (Bouillon) op 29 december 1868. Zo ontdekten ze de streek en brachten die in beeld. Uit de verzameling van het Musée gaumais, Virton.

Lokalisatie van de plaatselijke benamingen (gevonden in archieven of door mondelinge overleveringen) op het plan van de Nationale Dienst voor Opgravingen.